Laura Stoop oneindig en woest (essay)

Laura Stoop

ONEINDIG EN WOEST

Het sublieme en het schone
in de foto’s van Dolph Kessler

 

Eenzaam en uitgestrekt. Woest, ontembaar en angstwekkend. De oceaan heeft vele gezichten. De aarde bestaat voor zeven tiende uit water. En de wereld die zich onderwater bevindt is duister. Er liggen bergketens en vlaktes onder het wateroppervlak waar we geen weet van hebben. Dieren, planten en rotsen worden aan ons oog onttrokken. Daar waar lucht overgaat in water, is geen zuurstof meer en eindigt het leven van de mens. De foto’s van Dolph Kessler respecteren de grens tussen lucht en water. Een scheiding zo definitief dat we vaak niet eens denken aan de wereld die onder de golven ligt. Onze gedachten gaan de grens instinctief niet over. In dit boek zien we een serie foto’s van lucht, water en licht. Onze gevoelens en gedachten reageren op de pracht van de natuur en op het verborgene dat onze nieuwsgierigheid en angst oproept. Wat is het in de oceaan dat ons zo kan boeien? Heeft de filosofie hier een antwoord op? En hoe wordt er in de beeldende kunst met de zee en de oceaan omgegaan? Laten wij beginnen met de filosofie.

Oneindig en woest. De woorden waarmee we de zeeën beschrijven, vinden we terug in de filosofie van het “sublieme”. In de tijd van de verlichting werd voor het eerst veel over dit begrip geschreven. Het sublieme wordt gezien als groots en angstwekkend. Het schone als lieflijk en harmonieus. Vergelijk de ruige golven en de kalme oceaan. Het werk van twee filosofen springt eruit: dat van Edmund Burke en Immanuel Kant. Het sublieme bij Edmund Burke (1729 – 1797) draait om angst en lijfbehoud. Wanneer we geconfronteerd worden met hoge golven, ervaren we dat we heel klein zijn tegenover een enorme kracht. We kunnen worden vernietigd. Het besef van een veilige afstand tot de bedreiging -zoals bij het bekijken van foto’s- heeft in de woorden van Burke opluchting tot gevolg. Dit zorgt voor de aangename ervaring. Burke noemt de sublieme ervaring “aangenaam griezelen”. U kijkt waarschijnlijk liever naar de foto’s in dit boek, dan dat u zelf midden in een storm op de oceaan zou zijn. Wel zo comfortabel. Dolph Kessler overbrugt met dit boek de afstand tot de echte golven, waardoor wij kunnen genieten van de woeste en uitgestrekte natuur.

Immanuel Kant (1724 – 1804) is de bekendste filosoof van de verlichting. Ook hij schrijft over de mens die oog in oog staat met iets groots en woests. Juist onder deze omstandigheden worden mensen teruggeworpen op een kern in zichzelf. Tegenover de onmetelijke oceaan blijven we als mens overeind. We voelen ons nietig. Maar ook is er het besef, nog steeds volgens Kant, dat we sterker zijn dan de dood. En sterker dan de angst voor het oneindige. Onze geest kan bevatten wat onze zintuigen overdondert. Dit is het intense, vrije gevoel van het sublieme. Heel soms kan deze ervaring zo ingrijpend zijn, dat iemand zijn/haar leven daardoor een andere wending gaat geven. Dit laatste is met het bekijken van de foto’s in dit boek natuurlijk niet aan de orde. Toch weten de foto’s van Dolph Kessler een essentie te vangen. Ze houden onze aandacht vast. Zijn foto’s laten, ook door het ontbreken van menselijke invloeden, zowel de verstilling als de indrukwekkende oneindigheid van de oceaan zien. En de woeste kracht van de golven.

Laten we verder teruggaan in de geschiedenis van de filosofie. De filosoof Plato (427 – 347 v.Chr.) gaat uit van een scheiding tussen de wereld zoals wij die zien en de wereld van de “ideeën” of “vormen”. Hier bevindt zich de essentie van alles op aarde. Bij Plato neemt de kunst geen belangrijke plaats in. Omdat hij kunst als imitatie van de werkelijkheid ziet, is er sprake van een dubbele afstand tot de wereld van de “vormen”. Kunst is als een schaduw van een schaduw. Plato erkent wél dat de kunsten de kracht in zich hebben om mensen in beweging te brengen. Ten goede of ten slechte.

Plotinus (204 – 270) is de vader van het neoplatonisme. Ontsluiering van de essentie staat centraal in zijn gedachtengoed. Hoe dichter wij op aarde bij de wereld van de ideeën kunnen komen, hoe meer schoonheid wij zullen vinden. Laten we deze denktrant verder volgen. De oceaan komt dan dicht bij de directe uitdrukking van de ideeën “oneindigheid” en “kracht”. Als bijna perfecte belichaming van abstracte ideeën kent de oceaan een grote schoonheid. Ook de waarde van het licht in het werk van Kessler herkennen we van Plotinus. En het idee dat de kunst een verbinding heeft met een andere wereld. Kunst lijkt een onderliggende waarheid te kunnen ontsluieren. Een visie die je ook vandaag de dag in een geseculariseerde maatschappij tegenkomt.

Zoals u hierboven heeft gelezen, is er al vóór de achttiende eeuw het nodige geschreven over de indrukwekkende natuur en de kunsten. Maar “esthetica” als filosofie van de goede smaak, werd pas een zelfstandige filosofische discipline toen Alexander Gottlieb Baumgarten (1714 – 1762) het begrip op de kaart zette met zijn werk Aesthetica. Het woord “esthetica” komt van het Oudgriekse “aísthēsis”, wat “waarneming” of “ervaring” betekent. Baumgarten’s levenswerk beschrijft het “schone” als de brug tussen alle filosofische disciplines. Lange tijd werd de term “subliem” trouwens gebruikt voor een verheven vorm van redevoeren. Niet zozeer voor de kunst of de natuur. Deze domeinen van de filosofie werden beschreven met het “schone”. Voor Baumgarten, die grote invloed had op Kant, is de kunstenaar degene die het schone aan de verborgenheid ontworstelt. Zoals een beeld dat al verborgen zat in een blok marmer. Kunst legt de schoonheid en de waarheid bloot. Dit ervaren we ook in het werk van Dolph Kessler. Zijn foto’s tonen een wereld die normaal voor ons verborgen blijft, of als zodanig niet wordt opgemerkt. Door zich gedurende zijn reizen uitsluitend op de oceaan zelf te concentreren en al het overige (mensen, schepen, walvissen, vogels, et cetera) als afleidend te beschouwen onttrekt hij deze aan de “chaos”. Hier verdiept zich het inzicht en laat hij daarmee de schoonheid ervan zien.

Dan nu de beeldende kunst. Kessler’s werk staat in een lange traditie. Er zijn in de beeldende kunsten een aantal thema’s die veel voorkomen: zeeslagen, de mens die schipbreuk leidt en weidse zeegezichten. De grote golf van Kanagawa (1832) van de Japanse kunstenaar Katsushika Hokusai (1760 – 1849) is hét iconische beeld van alleen één enkele golf. Deze golf staat in het collectieve geheugen gegrift. Het werk van Kessler refereert daardoor, bedoeld of onbedoeld, altijd aan de golf van Hokusai. We zien op Hokusai’s houtsnede een grote golf in de baai van Tokio. Hoewel het niet meteen in het oog springt, staan er mensen op de houtsnede. De mensen in kleine bootjes dreigen verzwolgen te worden. Hier stuiten we op een belangrijk verschil met de serie golven van Dolph Kessler. Op zijn foto’s is geen mens, maar ook geen dier te bekennen. Dit is bewust. Kessler’s foto’s tonen – zoals al eerder aangegeven – uitsluitend de oceaan zelf. In tegenstelling tot zijn eerdere boeken. Zoals onder meer het boek De Noordzee rond, waarin wij juist nadrukkelijk het menselijk ingrijpen in de natuur zien. Architectuur, industrie en landschap vormen in dat boek samen een geometrisch schouwspel. In zijn foto’s van de Atlantische Oceaan heeft Kessler alles dat door mensenhanden gemaakt is achterwege gelaten. We zien alleen water, lucht en licht in alle verschijningsvormen. Hij heeft voor dit boek even afscheid genomen van zijn invalshoek als fotograaf die de “condition humaine” vastlegt.

Nog een beroemd voorbeeld uit de beeldende kunst is de serie De golf (1869) van de Franse schilder Gustave Courbet (1819 – 1877). Hij nam de volgende stap in de ontwikkeling van de westerse kunstgeschiedenis. Hij schilderde alleen een golf in plaats van een groot zeegezicht. Dolph Kessler neemt ons ook mee naar dit pure beeld van de oceaan. Daarbij kiest hij soms voor een overzichtsfoto. Andere keren is de lens gericht op slechts een enkele golf. Kessler heeft lang nagedacht over de volgorde waarin de foto’s in dit boek zijn terechtgekomen. Er zit een opbouw in die natuurlijk aanvoelt. Het rimpelloze wateroppervlak verandert in een deining. Een bries steekt op. Nu zijn het echte golven, zoals bij Courbet. Het stormt. Schuim spat op en soms zie je alleen golf en geen lucht. De zintuigen staan op scherp. Je kunt geen moment missen. Dan keert de rust terug. Aan de horizon nu de ijsbergen. Deze opbouw blijft zich in de natuur herhalen. Golven komen en gaan. Steeds weer anders, maar in eenzelfde cyclus. Ook dat is een fascinerend – noem het misschien zelfs subliem – gegeven dat met dit boek duidelijk wordt. Het is een ultieme momentopname. Van alle miljoenen golven die er op aarde per seconde te zien zijn, en dat al miljoenen jaren lang, zien wij er slechts een paar.

Een andere fotograaf die ook series golven vastlegde is Clifford Ross (1952). Zijn boek Wave Music kent 3 series: Hurricane, Horizons en Grain. Hurricane toont de woeste zee, zoals bij een orkaan. Horizons laat een haast rimpelloos water zien. De Grain-serie bestaat uit geheel geabstraheerde foto’s in zwart-, wit-, en grijstinten. De kracht van het water wordt door Ross lineair afgebouwd. Bij Dolph Kessler is er juist sprake van een cyclische beweging. Ross lag in zee tijdens het fotograferen. Hij werd vanaf de kant met een lijn vastgehouden. Kessler stond soms op de brug van het schip en soms aan dek. De foto’s vanaf de brug zijn registerend. Ze tonen een overzicht van een onmetelijke zee. Het sublieme vinden we hier in de afmeting van de oceaan. Deze is te groot om te overzien. Maar onze geest kent het concept “oneindigheid”. Daardoor blijven we overeind. Wij ervaren in de oneindigheid Kant’s “mathematisch sublieme”. Als hij op het achterdek stond, torenden de golven boven de fotograaf uit. Een angstige positie. De kracht van het water is voelbaar op deze foto’s. Ze tonen minder lucht en meer water en schuim. Dit is het “dynamisch sublieme” van Kant. Daarbij gaat het niet om de oneindigheid, maar om de kracht van het water.

De aantrekkingskracht van de oceaan zit in het onbegrensde, machtige en geheimzinnige. We zoeken in kunst de confrontatie en fundamentele ervaringen. Onze reactie zegt veel over onszelf. Meer dan we soms weten. Vinden we de onmetelijke oceaan vooral mooi? Voelen we ons nietig? Of houden we van de spanning? Filosofen hebben geschreven over de sterke ervaringen die zowel angstig als aangenaam zijn. Een paar dingen komen steeds terug. Een zekere afstand. Het ervaren van vrijheid. En het streven naar de essentie. Wellicht kijkt u straks naar de foto’s met deze gedachten in uw achterhoofd. Of u gooit alle bagage overboord. Hoe dan ook: laat u onderdompelen in de Atlantische Oceaan.

 

September 2016
Laura Stoop